frank niessenOp zoek naar het ontstaansmechanisme van hypertrofie in littekenweefsel

Littekenbehandeling is een zaak van kennis en volume, van weten hoe de lichaamsprocessen werken, wat er anders gaat en hoe je dat kunt beïnvloeden. Maar zeker ook van heel veel zien, kunnen interpreteren en helaas ook nog steeds een zaak van trial and error, van uitproberen. Dat stelt plastisch chirurg Frank Niessen, zelf een ervaren behandelaar en onderzoeker op het gebied van littekens. Zijn observaties, die hij ook presenteerde op het VMEC-congres voor huidtherapeuten dit voorjaar in Apeldoorn, laten zien hoe complex de materie kan zijn en hoe weinig we eigenlijk met zekerheid weten. Occlusie lijkt hypertrofische littekens te helpen, het herstelproces te versnellen, maar dat zegt niets over het resultaat op de langere termijn. Waar kijken we naar en hoe gaan we er mee om. En hoe staat het met onderzoek en nieuwe inzichten, innovatie voor de toekomst? In een boeiend gesprek over ervaring, inzicht en lopend onderzoek praat Niessen ons bij vanuit zijn werkkamer in het VUmc.

Pre- en postoperatief
Het lijkt erop dat een immuun activerende crème smeren voorafgaand aan de ingreep kan bijdragen aan een mooier litteken, iets wat nog verder moet worden onderzocht. Daarnaast zijn er aangeboren verschillen die meespelen. Niessen: ‘We zien dat mensen in aanleg een andere genezingstendens hebben. De eerste uren na een ingreep zijn er al duidelijke verschillen tussen mensen met een normaal litteken en mensen die een hypertrofisch litteken ontwikkelen. Die natuurlijke aanleg kunnen we proberen te beïnvloeden. Van siliconen producten is inmiddels wel bewezen dat ze het proces positief kunnen ondersteunen, of in ieder geval versnellen. Of je ook op langere termijn een mooier litteken krijgt is een beetje de vraag. Van veel littekencrèmes en bijvoorbeeld Bio oil is de werking niet bewezen.’

In het complete artikel geeft Niessen zijn visie op de rol van oedeem bij littekenbehandeling. Daarnaast onderstreept hij het belang van goede samenwerking tussen huidtherapeut en plastisch chirurg. Niessen: ’Ik denk dat de samenwerking tussen huidtherapeut en de plastisch chirurg veel intensiever zou moeten zijn. In de Jan van Goyen kliniek werk ik samen met een huidtherapeut die twee kamers verderop zit. Ik kan haar heel gemakkelijk inschakelen. Bij rode onregelmatige littekens verwijs ik naar haar door. Ik hoor ook goede resultaten van mechanische massage (endermologie) bij fibrose na bestraling, iets waar huidtherapeuten ook veel ervaring mee hebben. En misschien nog wel belangrijker is dat een huidtherapeut meer tijd heeft om aandacht te geven aan de patiënt, waardoor patiënten geholpen worden met de acceptatie van hun situatie.’

Lees meer over lopend onderzoek naar het ontstaansmechanisme van hypertrofische littekens in NTVH 11, november 2016