previous arrow
next arrow
Slider
previous arrow
next arrow
Slider
Online publicaties NTVH

Online publicaties NTVH

Op huidzorg.nu publiceren wij, uitgever en redacties van het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg en het Nederlands Tijdschrift Voor Wondzorg, artikelen en nieuwsberichten voor onze doelgroep in de... Lees meer

Presentatie NTVH nr. 3

Play
Slider
Lees meer
UV werende toepassingen voor huidpatiënten en risicogroepen

UV werende toepassingen voor huidpatiënten en risicogroepen

Laat de zon geen belemmering zijn Het bewustzijn dat zonlicht ook veel schade kan veroorzaken wordt steeds groter. Er zijn veel huidaandoeningen en andere medische omstandigheden die een optimale... Lees meer
Laserontharing in de mond

Laserontharing in de mond

Uit de praktijk van de huidtherapeut:Laserontharing in de mondDoor: Mariska van Dinteren Vandaag staat er bij mij een cliënt op het programma voor haar eerste laserbehandeling. De cliënt heeft, door... Lees meer
Huidtherapie voltijd en nu ook deeltijd

Huidtherapie voltijd en nu ook deeltijd

Opleidingen binnen het domein huid:Huidtherapie voltijd en nu ook deeltijdDit jaar starten wij binnen het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg met een inventarisatie van het opleidingsaanbod binnen... Lees meer

Probiotica en levende bacteriën in huidverzorgingsproducten

Ontwikkelingen in medische en cosmetische technologieDoor: Marie Anne Lassing en Marcelline Goyen, redactie NTVHVolledig artikel, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg, negende jaargang, editie 6/7, juni 2019 Van 20 tot en met 22 mei streek het congresteam van Global Engage weer neer in het Rotterdamse World Trade Center voor een driedaags treffen tussen wetenschappers en onderzoekers in life science en gezondheidsonderzoek. Met internationaal gerenommeerde sprekers uit de academische wereld, de industrie en de financiële sector, bieden de conferenties een podium aan baanbrekende ontwikkelingen op het gebied van genomica en gepersonaliseerde geneeskunde, geneesmiddelenontwikkeling en onderzoek, plantenwetenschap, menselijke gezondheid en technologie. Het NTVH bezocht dit jaar voor de derde maal het programmaonderdeel over het huidmicrobioom, over cosmeceuticals en probiotica. DoelgroepVoor de praktiserende huidspecialist - of dat nu een schoonheidsspecialist, een huidtherapeut of een dermatoloog is - zijn de onderwerpen op dit congres wellicht wat abstract. Aan de andere kant geeft het volgen van de juiste sessies (zoveel mogelijk gericht op de eigen praktijk) wel een inzicht in hoe de  huidzorg zich in de toekomst mogelijk gaat ontwikkelen. En daarmee kun je zeker je voordeel doen. ProductontwikkelingAls het gaat om productontwikkeling staan de leveranciers van cosmetica en cosmeceuticals niet stil. Om een beeld te geven van het soort informatie dat tijdens dit congres gedeeld wordt, bespreken we een presentatie uit het programma ‘Skin microbiome’ ofwel ‘het microbioom van de huid en de relatie met huidaandoeningen’. Spreekster Maya Ivanjesku heeft meer dan twintig jaar ervaring als formuleringswetenschapper in de farmaceutische, cosmeceutische en biotech-industrie. Ze is werkzaam bij het Amerikaanse bedrijf Dakota Biotech, producent van probiotische huidverzorgingsproducten, waar ze verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de formulering, de productie en de kwaliteitsbewaking. Voor dit bedrijf heeft Maya gewerkt aan de ontwikkeling van een huidverzorgingslijn ontwikkeld met levende bacteriën. Het idee hierachter is dat deze levende probiotische stammen veel directer dan lysaten werken, bij het versterken van het eigen microbioom en het triggeren van het humane immuunsysteem. Lysaten zijn niet-levende celresten van (onder andere probiotische) bacteriën die nog wel de werkzaamheid van deze bacteriën bevatten. Lysaten zijn verkrijgbaar in standaard samenstellingen (chemische cocktails) en ze zijn veel gemakkelijker in een formulering te verwerken dan levende bacteriën. Bovendien zijn lysaten over het algemeen beter gedocumenteerd in klinische studies, wat de keuze voor deze grondstof wellicht gemakkelijker maakt. Voor een goede werkzaamheid van een product is echter een veel hogere dosering lysaten nodig, ten opzichte van levende bacteriën. Voorbeelden van bekende lysaten zijn celresten van de Lactobacillus spp en Bifidobacterium spp. De uitdaging van een formulering met levende bacteriën is om de formule stabiel te houden. Levende bacteriën kunnen immers reageren op diverse componenten van de formulering. Om dit te voorkomen worden veel van dit soort producten waarin levende stammen zijn verwerkt bevroren bewaard. De formule waar Maya aan gewerkt heeft, baseert zich op een gel-matrix waarin de levende bacteriën geïsoleerd worden en feitelijk ‘slapend’ worden gehouden, waardoor de stabiliteit van de formulering wordt behouden. Als het product op de huid wordt aangebracht breekt de gel-matrix waardoor de bacteriën ‘ontwaken’ en werkzaam worden. Gedurende de levenscyclus produceren de bacteriën postbiotica ofwel metabolieten en dragen zo bij aan een gezond microbioom, aldus Maya.Het betreft hier geselecteerde bacterieculturen die zich op de huid niet vermenigvuldigen of koloniseren. Als de levenscyclus van de stammen ten einde is, blijft restmateriaal achter, dat we weer kennen als lysaten. Het belang van levende bacteriënMaya legt uit waarom het van belang is om juist levende bacteriën te gebruiken voor formuleringen die de huid willen ondersteunen. Dat heeft, zo stelt ze, te maken met het feit dat alleen levende bacteriën in staat zijn om direct op de huid postbiotica te produceren. Met deze immuunmodulerende bacteriële metabolieten kan het eigen microbioom actief gevoed en versterkt worden en tegelijkertijd ook het humane immuunsysteem gunstig worden beïnvloed. De invloed van de lysaten van deze bacteriën is daarentegen beduidend minder, omdat zij niet meer in staat zijn om postbiotica te produceren, en dus de gunstige invloed op het huidmicrobioom en het immuunsysteem missen.Ronde tafelDat een dergelijke ontwikkeling bij alle toehoorders heel veel vragen oproept merken we later als we aansluiten bij een ronde tafeldiscussie met Maya en andere wetenschappers en productontwikkelaars uit binnen- en buitenland. Als Maya informeert naar ervaringen van andere ontwikkelaars met het gebruik van levende bacteriën, geven enkelen aan dat een gunstige werking op de huid sterk afhankelijk is van de gekozen bacteriestammen en de bacteriële diversiteit, iets wat Maya in haar presentatie ook al benadrukte. Anderen geven aan dat de logica achter de gedachte van levende bacteriën in cosmetica hen zeker aanspreekt, maar dat er volgens hen nog te weinig kennis is om hierin de juiste keuzes te kunnen maken. Het is volgens hen van belang om eerst duidelijk te hebben naar welk huidprobleem men kijkt, om daarna pas een goede en onderbouwde keuze te kunnen maken voor de juiste probiotica.   Het microbioomNTVH-redacteur Marcelline Goyen, huid- en darmtherapeut, is al enige jaren betrokken bij dit congres en deed hierover ook al eerder verslag in het NTVH en via blogs op haar Linkedin account. Dit jaar kreeg ze de gelegenheid haar recent gepubliceerde boek ‘De huid-darm connectie’ (© 2019) te presenteren in Rotterdam en hierover met uiteenlopende specialisten van gedachten te wisselen. Daarnaast was ze dit jaar voorzitter bij de Skin Microbiome sessies. Marcelline: ‘Iedere keer wanneer ik dit congres bezoek, word ik blij van alle nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden ten aanzien van het beïnvloeden van ons microbioom en het gunstige effect op het lichaam en dus ook op de huid. Bij de presentatie van Maya was ik gelijk geïntrigeerd door haar verhaal over het werken met levende bacteriën. Maar gezien de problematiek bij de verwerking van levende bacteriën in cosmetica, vraag ik me  wel af of het dan wellicht niet makkelijker is om alleen de postbiotica van gunstige bacteriën te gebruiken. Dit principe wordt reeds langere tijd met succes toegepast bij het verbeteren van het darmmicrobioom . Het is hoe dan ook een feest om ‘gelijkgestemden’ te ontmoeten, die net als ik steeds bezig zijn met het belang van ons microbioom. Mijn gut feeling zei het al meer dan 10 jaar geleden: “It’s all about microbes”. Op het congres wordt dit vermoeden bevestigd: een “gezonde” aandacht voor ons microbioom is dé toekomst voor de behandeling van een zieke en of aangedane huid!’ Lees meer

De huidtherapeut als ondernemer

Huiddag HHS 17 aprilVolledig artikel, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg, negende jaargang, editie 5, mei 2019De themadag die De Haagse Hogeschool opleiding huidtherapie onlangs organiseerde stond in het teken van ondernemen. Aspecten als het zien en pakken van kansen, maar ook inzicht in marketing en trends werden besproken. Ervaringsdeskundigen uit de huidtherapie, dermatologie en de bedrijfskunde belichtten, ieder vanuit een eigen expertise, de verschillende onderwerpen. De dag werd voornamelijk bezocht door 240 studenten van de opleiding in Den Haag en 45 zorgprofessionals (Alumni en genodigden). De presentaties en de structuur van het programma waren voor beide doelgroepen van hoog niveau. Wij raden alumni die deze dag niet hebben bezocht dan ook zeker aan om bij een volgende gelegenheid aan te sluiten. Kansen zienWe hebben het in het NTVH al vaker besproken, de huidtherapeut is niet slechts een behandelaar, maar moet van vele markten thuis zijn. Ondernemen is misschien niet het eerste waar je aan denkt als je voor een beroep in de zorg kiest. Zeker huidtherapeuten van het eerste uur, collega’s die nu in de fase van pensioen en overdracht van de praktijk zijn, hadden het vaak moeilijk met het ondernemingsaspect van hun werk. Dan is het mooi om te zien dat juist uit deze gelederen vandaag twee prachtige voorbeelden komen van ondernemende huidtherapeuten die in de ontwikkeling van hun beroep altijd het ondernemerschap mee hebben laten wegen. In de openingspresentatie neemt Ellen Kuijper ons mee in een speelse presentatie waarin ze  aan de hand van beelden haar levensloop schetst. Haar pad liep langs zeer uiteenlopende beroepen, lang niet allemaal in de zorg, maar alle droegen bij aan waar ze uiteindelijk als huidtherapeut is gekomen. In haar functie als operatieassistente leerde ze over de rol in een multidisciplinair team. Haar tijd als stewardess bij de KLM bracht haar in alle uithoeken van de wereld en leerde haar met mensen omgaan, behoeften zien en daar op de juiste manier op in te spelen. In de huidtherapie kwam uiteindelijk alles samen en droeg ze bij aan de BIG-registratie van de huidtherapeuten, aan onderwijs en aan het uitdragen van het beroep naar andere disciplines. Dit alles werd in november 2018 nog bekroond met de eerste Timmy Marcus Award van de beroepsvereniging NVH.Kansen pakkenEen tweede voorbeeld komt tot uiting in de presentatie van Janny Sanders tijdens het middagprogramma. Janny belicht de multidisciplinaire mogelijkheden voor de huidtherapeut, gezien vanuit haar praktijk. Ze maakt deel uit van de Limburgse praktijk Roumen, Pol en Sanders, die als maatschap georganiseerd is. Deze praktijk is een begrip in het zuiden, niet in de laatste plaats door de inzet van oprichtster Toos Roumen. Toos, die al verschillende malen een schijnbeweging richting haar pensioen maakte maar het vak nog niet kan loslaten, is bij het overgrote deel van haar collega-huidtherapeuten bekend als een enthousiast voorvechter van de multidisciplinaire samenwerking. Deze visie heeft mede de structuur van de huidige praktijk Roumen, Pol en Sanders bepaald. Met haar praktijk aan huis in Roermond was Toos in 1998 een van de eerste huidtherapeuten in Nederland. Al snel zocht ze uitbreiding en die vond ze in het nabijgelegen ziekenhuis in Weert, waar ze een behandelkamer huurde. Vanuit die locatie zocht ze de samenwerking in het ziekenhuis met andere disciplines. Een volgende praktijkruimte werd gevonden binnen een fysiotherapiepraktijk in de plaats Echt en ook daar werd weer samengewerkt. Vanaf 2016 maakt de praktijk met twee behandelkamers deel uit van het gezondheidscentrum aan de Bredeweg in Roermond. Ook hier is weer bewust gekozen voor een locatie die niet alleen goed toegankelijk is voor de patiënt, maar waar ook met meerdere disciplines  kan worden samengewerkt. Er zijn onder andere twee huisartsen, een grote apotheek, een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een diëtiste, maar ook een tandarts, een praktijk voor jeugd- en gezinszorg en de GGZ. Aanwezigheid in een dergelijk centrum maakt niet alleen de mogelijkheden tot samenwerking groter, maar het is ook goed voor de bekendheid van de huidtherapie. De huidtherapeuten in deze praktijk zien kansen en pakken deze ook. Het team bestaat inmiddels uit zes therapeuten. In het ziekenhuis werken ze samen met de afdeling dermatologie, waarvoor ze verschillende handelingen uitvoeren. Ook op de afdeling oncologie is er een zeer intensieve samenwerking met de mammacare verpleegkundigen. Daarnaast werkt de praktijk samen met de afdeling fysiotherapie waar de ervaring leert dat dit geen concurrentie hoeft te zijn, maar juist heel complementair kan werken.Living is learningDit is de titel van het boek van Britt van Mensvoort, dat onlangs is verschenen. Vaste lezers van het NTVH kennen Britt van haar artikelen die ze met regelmaat voor ons schrijft. Britt belicht in haar presentatie de groeiende drang naar perfectie op alle fronten en hoe deze drang de mensheid in haar greep heeft. Perfectie in werk, leefsituatie, carrière, uiterlijk, noem maar op! En deze perfectie is dus niet haalbaar en niet vol te houden. Het gevolg is  depressie, door de World Health Organisation (WHO) inmiddels uitgeroepen tot ziekte nummer één wereldwijd. Depressie gaat gepaard met angst om te falen en met eenzaamheid. Achter veel van de huidproblemen die de huidprofessional ziet zit veel meer dan alleen het zichtbare probleem. Klachten vertellen een verhaal. Kijk verder dan alleen de klacht die je als behandelaar ziet. Een beter begrip van deze klachten is bijna automatisch een route naar multidisciplinair behandelen. De huidtherapeut in combinatie met bijvoorbeeld de psycholoog, een lifestyle coach, een diëtiste is in de visie van Britt het antwoord op hedendaagse klachten. Ze wijst daarbij op de structuur binnen de hogeschool waar al veel disciplines zijn vertegenwoordigd. Op de hogeschool kan men dus  al aan de slag gaan met een multidisciplinaire benadering. De grondleggers van de huidtherapie en de multidisciplinaire samenwerking moesten dit nog in de praktijk uitproberen en ondervinden, zoals Ellen en ook Toos en haar collega’s in de maatschap deden. Studenten kunnen met de huidige inzichten en structuren nu al een aanvang maken met een multidisciplinaire positie voor huidtherapie. Ondernemen begint bij jou, bij de eigenschappen in jou die jij weet aan te boren en weet in te zetten. Daarbij is authenticiteit van belang. Wat drijft jou, hoe komt het dat je dit vak hebt gekozen en wat wil je betekenen voort een ander? Alles in je leven draagt daaraan bij, zoals Ellen in de eerste presentatie van de dag ook al liet zien. Britt sluit haar presentatie en daarmee de dag af met haar stelling: ‘Ondernemerschap is samen op zoek gaan naar nieuwe waarden’. Geen sluitende formule, maar een benadering die ruimte laat voor een authentiek geluid. Die authenticiteit die we al noemden, en waar we in het NTVH ook altijd naar op zoek zijn. Deze eerste huiddag aan De Haagse Hogeschool in 2019 heeft wat ons betreft een mooie, volledige en zeer bruikbare boodschap meegegeven aan haar bezoekers. We kijken met veel belangstelling uit naar de volgende evenementen! ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Voor 2019/ 2020 heeft de opleiding een aantal events in de planning staan: Technologie voor de Huidzorg. Maandag 27 oktober 2019 Gekoppeld aan Minor onderwijs, deelname van  niet studenten op uitnodigingKwaliteit van leven. Maandag 20 januari 2020Gekoppeld aan Minor onderwijs, deelname van  niet studenten op uitnodiging.Huiddag 2020Maandag 6 maart 2020Thema nog nader te bepalen, vanuit de focus Innovatie en optimalisatie.Doelgroep: studenten, alumni, zorgprofessionalsInternational Meeting on Skin Care Research. Maandag 15 juni 2020Gekoppeld aan het ToWin blok (Haagse Hogeschool thema’s) Focus ligt op onderzoek binnen de huidzorg. Deelname van  niet studenten op uitnodiging.-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Data zijn onder voorbehoud Lees meer

Dermatografie na automutilatie

door: Nathalie Burger, huidtherapeut   Veel van mijn cliënten lopen al jaren rond met littekens en herinneringen aan een moeilijke periode in hun leven. Automutilatie, ook wel bekend als zelfbeschadiging, kan verschillende vormen aannemen, van pulken aan de huid tot snijden en zelfs botten breken. Eens was automutilatie een uitvlucht om hun gevoelens niet te hoeven voelen, maar nu is het iets dat hen blijft achtervolgen. De herinneringen kan ik niet wegnemen, maar ik kan hen wel helpen met het verminderen van de zichtbaarheid van de littekens. Zodat op den duur ook de herinneringen en gevoelens van schaamte wat mogen vervagen. Ik kon mijn cliënten als huidtherapeut helpen met hypertrofische (hoger dan de huid) en atrofische (lager dan de huid) littekens, door deze te behandelen door middel van laseren of microneedling. Hierdoor werd het verschil in hoogte of diepte met de omliggende huid minder, maar de kleur komt er niet mee terug. In bindweefsel of littekenweefsel bevinden zich namelijk geen melanocyten, er is dus geen pigment. Ik kon wel de juiste camouflageproducten met hen uitzoeken, die de witte littekens zo goed mogelijk konden camoufleren. Vaak was dit echter niet de vraag van de cliënt.Tijdens de allround opleiding voor PMU (permanente make-up) leerde ik zowel de cosmetische als de medische pigmentatie kennen. Hier leerde ik hoe ik een aanvulling op de huidtherapie kon geven en hoe ik mijn cliënten dat laatste stukje op weg kon helpen. Zij willen er niet dagelijks aan herinnerd worden dat zij zichzelf beschadigd hebben, want ze schamen zich er voor. Hoe goed ze er nu ook over kunnen praten, ze willen niet de blik van een ander zien, of de vragen krijgen die er gesteld kunnen worden. Ze willen niet dagelijks opnieuw die littekens zien, of ermee bezig zijn.  Dermatografie kan hierbij uitkomst bieden. Lees het volledige artikel in NTVH 6/7, juni 2019. Lees meer

De huid-darm connectie: wat gaat er schuil onder het oppervlak?

door: Marie Anne Lassing. Volledig artikel, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg, negende jaargang, editie 4, april 2019. Nieuwsgierigheid is de weg naar ontwikkeling, naar nieuwe inzichten. Om iets te kunnen onderzoeken moet het zich eerst aan je openbaren, en dat gaat doorgaans niet vanzelf. Zeker niet in een complex vakgebied als dat van de huidzorg. De huid is ons grootste orgaan, staat op menige website te lezen. Over hoe groot dat grootste orgaan is zijn wisselende uitspraken te vinden. Wat klopt daarvan? Daar kan ik geen uitspraak over doen, maar een goed inzicht in wat de huid nu eigenlijk is zal leren dat we de huid met de veel gehoorde 2m2 zwaar tekortdoen. Dat er veel meer achter, onder en in de huid schuilgaat, dat dacht ook huid- en darmtherapeut Marcelline Goyen. Marcelline maakt deel uit van onze redactie en van haar hand publiceerden wij al meerdere malen  artikelen over de huid. Ook in deze editie neemt ze ons op pagina 20/25 weer mee in een boeiend stuk over lichaamsprocessen die van invloed zijn op het functioneren van onze huid. Marcelline is ruim 20 jaar huidtherapeut en deed de afgelopen zeven jaar diepgaand onderzoek, in alle mogelijke beschikbare literatuur. Haar visie is in de loop der jaren door deze (zelf)studie regelmatig aangepast en bijgeschaafd en steeds weer leert ze nieuwe fascinerende weetjes over de huid en de relatie met de rest van het lichaam en de darmen. Deze brij aan informatie maakt het bestuderen van de huid gelijk ook complex! Want hoe houd je de connectie tussen de huid en de darmen, de focus van dit onderzoek, begrijpelijk als je steeds meer interactie en verfijning in dit systeem ontdekt? Ik sprak met Marcelline tijdens de afronding van haar boek “De huid-darm connectie” en tekende een glimp van haar denkproces op. Lymfatisch immuunsysteemTijdens haar werk als huidtherapeut in haar praktijk in Haaften stuitte Marcelline op vraagstukken over de huid die vanuit haar huidtherapeutische kennis alleen niet verklaard konden worden. Het vermoeden dat de darmen hier wel eens een cruciale rol in konden spelen drong zich steeds vaker aan haar op en ze besloot zich daarom meer in de darmen te verdiepen. Marcelline: ‘Tijdens mijn opleiding tot darmtherapeut (2009) leerde ik over het mucosale immuunsysteem ofwel het immuunsysteem van de slijmvliezen, waar de huid ook bij hoort. Dit is het lymfatisch immuunsysteem dat alle organen en slijmvliesgebieden met elkaar verbindt via het lymfesysteem. Het hele spijsverteringstraject is bekleed met slijmvliezen, ons eerstelijns afweersysteem. Ongeveer 70% van het immuunsysteem bevindt zich in de darmen, en wat daar gebeurt heeft invloed op de rest van het lichaam.’ Gelijkende systemenDoor zich bewust te worden van de verschillende systemen en hun onderlinge gelijkenis kreeg Marcelline steeds beter inzicht in de werking van het geheel en hoe de systemen elkaar beïnvloeden. Ze illustreert dit met het volgende voorbeeld: ‘Het immuunsysteem van lymfocyten dat betrokken is bij alle slijmvliezen van het menselijk lichaam wordt onderverdeeld in verschillende gebieden van lymfweefsel . Hieronder valt ook het zogenaamde Skin-Associated Lymphoid Tissue. Op het eerste gezicht opmerkelijk, want dit is geen mucosaal weefsel. Maar doordat dit weefsel dezelfde karakteristieken heeft als de overige weefsels binnen dit immuunsysteem valt het toch binnen deze onderverdeling. De onderlinge overeenkomsten geven aanleiding om te kijken naar hoe ze elkaar beïnvloeden.’ ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Het MIS is het immuunsysteem van lymfocyten dat betrokken is bij alle slijmvliezen van het menselijk lichaam., Deze verschillende slijmvliezen (MALT: mucosa associated lymphoid tissue) worden aangeduid met de volgende afkortingen:NALT (Nasal associated lymphoid tissue : neusslijmvlies)BALT (Bronchus associated lymphoid tissue: longen, traan- en speekselklieren, borst-(melk-) klieren)GALT (Gut associated lymphoid tissue: dikke darm en dunne darm) en VALT (Vulvovaginal lymphoid tissue: vagina en genitaalgebied)SALT (Skin-Associated Lymphoid Tissue: huid). --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De huidDoor op deze manier naar de systemen te kijken kon ze in haar behandelingen als huidtherapeut een veel bredere benadering kiezen, met vaak verrassende resultaten. Marcelline: ‘Zo heb ik bijvoorbeeld bij de behandeling van een patiënt met een pijnlijke cyste in de borst, door een relatie te leggen tussen BALT en GALT, via een aangepast voedingsadvies al vrij snel pijnverlichting in de borst kunnen bereiken’. Het boekIn haar studie van de wetenschappelijke literatuur verzamelde en rangschikte Marcelline een schat aan informatie en deze informatie is nu klaar om gedeeld te worden. Met haar eerste boek “De huid-darm connectie” reikt Marcelline Goyen een  handleiding aan voor de huidprofessional die wil weten wat er nog meer schuilgaat onder ons huidoppervlak. Het is een startpunt, want klaar is een dergelijk boek eigenlijk nooit, en  de behandelaar moet bij iedere nieuwe patiënt of cliënt weer openstaan voor nieuwe (nader te onderzoeken) invalshoeken. Veel van de huid-darm gerelateerde mechanismen en organen die je wellicht zou kunnen overwegen te onderzoeken, zijn reeds bijeengebracht in deze uitgave. Een zeer uitvoerige index maakt het zoeken en vinden van uiteenlopende onderwerpen ook voor de minder ervaren lezer toegankelijk. Scan hier de QR code voor een directe link naar de website www.huid-darm.nl Lees meer

Jeuk-krabben-jeuk

Op zoek naar een meetinstrument voor chronische jeuk Volledig artikel, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg, negende jaargang, editie 3, 2019. In het gecombineerde zomernummer van 2018 ( NTVH 6/7, 2018) berichtten wij over het onderzoeksproject dat zich richt op het vinden van interventies voor mensen met jeuk, om er beter mee om te kunnen gaan. Drs. Emmy van de Burgt, Hogeschool docent aan de HU, opleiding huidtherapie, doet de komende vijf jaar promotieonderzoek naar dit onderwerp. Ze wordt daarin onder meer bijgestaan door studenten huidtherapie, die hun afstudeeronderzoek afstemmen op een vraag die relevant is voor het lopende onderzoek van Emmy, of door te assisteren op andere vlakken in het kader van een Honours traject of een stage op maat. Een van deze studenten, Joyce Schep, heeft inmiddels een literatuuronderzoek afgerond naar informatie omtrent meetinstrumenten bij chronische jeuk. Het nu volgende verslag is een samenvatting van haar werk, waarin onze redactie een aantal punten heeft uitgelicht. Het hele onderzoeksverslag is terug te vinden op onze website.Het meten van de mate van chronische jeuk; een betrouwbaar en valide meetinstrument. Trefwoorden: jeuk, meetinstrument, validiteit, betrouwbaarheid J. Schep, Bachelor Huidtherapie, Instituut voor Paramedische Studies, Hogeschool Utrecht Probleemomschrijving Een gouden standaard ontbreekt voor het meten van de mate van jeuk. Wetenschappelijke literatuur laat niet duidelijk een meetinstrument zien met een hoge betrouwbaarheid en validiteit voor het meten van de mate van jeuk bij volwassenen met chronische jeukklachten.DoelstellingHet doel van het literatuuronderzoek betrof om het beste meetinstrument met een hoge betrouwbaarheid en validiteit te vinden en zo een bijdrage te leveren aan het promotieonderzoek. VraagstellingWat is het beste meetinstrument voor het meten van de mate van jeuk, met een hoge betrouwbaarheid en validiteit, bij volwassenen met chronische jeukklachten? MethodeVan september tot december 2018 is op systematische wijze gezocht naar wetenschappelijke literatuur in de databanken Cochrane, Pubmed en Cinahl. De gevonden literatuur is vervolgens beoordeeld met de Cosmin-checklist. De gehanteerde uitkomstmaten zijn: betrouwbaarheid en validiteit. ResultatenVijf onderzoeken (niveau A2 en B) zijn geïncludeerd. De interne consistentie (Chronbach’s Alpha [α]), betrouwbaarheid (Intraclass correlatie coëfficiënt [ICC]) en convergente validiteit zijn gemeten bij: De Leuven Itch Scale, Psoriasis Symptom Inventory (α 0.92/ICC 0.79), Psoriasis Itch VAS (α 0.87 & α 0.75/ICC 0.87 & ICC 0.75), 12-Item Pruritus Severity Scale (α 0.81/ICC 0.72) en de Dynamic Pruritus Score (ICC 0.91). De beleving van jeukIn de zoektocht naar het beste meetinstrument met een hoge betrouwbaarheid en validiteit bleek dat jeuk veelal omschreven wordt als een subjectief gevoel, dat enkel gemeten kan worden met een vragenlijst over de perceptie van jeuk .1  Jeuk kan ook objectief worden gemeten door een analyse van het krabgedrag. De mate van krabben staat in dat geval volgens sommige onderzoekers gelijk aan de intensiteit van de jeuk. 2 Het krabgedrag wordt objectief gemeten met behulp van een infraroodcamera en een accelerometer. 3De stelling dat de intensiteit van jeuk gelijk staat aan de mate van het krabgedrag, suggereert dat patiënten die veel krabben meer jeuk ervaren dan patiënten die zich weten te weerhouden van het krabben. Deze patiënten kunnen onterecht geclassificeerd worden als patiënten met weinig jeuk.Iedere persoon kan jeuk anders ervaren en interpreteren, en een verschillende mate van tolerantie hanteren (biologische variatie). 4 Patiënten kunnen (onbedoeld) de jeuk behandelen, wat zorgt voor confounding (verstorende) variabelen die kunnen leiden tot eventuele vermindering of verergering van jeuk, en waardoor de resultaten positief of negatief worden beïnvloed. 5 VASSpecifiek voor de VAS geldt dat, ondanks meerdere beschreven tekortkomingen, drie geïncludeerde studies vinden dat de VAS belangrijk blijft binnen de praktijk. 1,5,6 Ook werd de hanteerbaarheid (belasting voor de patiënt en/of hulpverlener) van verschillende meetinstrumenten onderzocht. 6, 7 28 experts omschreven de VAS als toepasbaar binnen een praktijk, en ondersteunden de bevinding.6 De VAS wordt geclassificeerd als een geschikt meetinstrument met een betrouwbaarheidsmaat van ICC 0.75.8 Kwaliteit van levenOpvallend is dat meerdere onderzoeken beschrijven dat de intensiteit van jeuk gemeten dient te worden, in combinatie met het bepalen van de invloed van jeuk op de kwaliteit van leven. Een reden is dat patiënten moeilijkheden kunnen ervaren bij het vertalen van een subjectief symptoom (jeuk), naar een punt op de VAS-lijn. Vragenlijsten zouden bijdragen aan het begrijpen van de jeukervaring. De jeuk hangt daarnaast vaak sterk af van emotionele factoren (‘confounders’) en is gevoelig voor fluctuaties per dag.9 Afgezien van Reich en collega’s 5, meet geen enkel onderzoek de invloed van jeuk op de kwaliteit van leven. 1,6,10,11 De kwaliteit van leven is niet opgenomen in de vraagstelling en het doorlopen van de dataverzamelingsprocedure. Meetinstrumenten die naast de mate van jeuk, de kwaliteit van leven meten, ontbreken  hierdoor, waardoor geen uitspraak gedaan kan worden over een betrouwbaar en valide meetinstrument dat zowel de mate van jeuk als de kwaliteit van leven meet. MeetprotocollenBij de geïncludeerde onderzoeken kan de kanttekening worden geplaatst dat ze zijn uitgevoerd zonder gestandaardiseerd meetprotocol en uniforme instructies voor de patiënten. Dit zorgt veelal voor verwarring en fouten, wat een negatieve invloed heeft op de resultaten.5 Bovendien ontbreekt informatie over hoe de onderzoekers de meetresultaten verwerkten in het analyseprogramma. Door deze factoren komt de reproduceerbaarheid van de onderzoeken in het geding. 7 Standaardisatie van een meetprotocol leidt tot het minimaliseren van de biologische variatie van jeuk. De situatie waarin iemand verkeert en het meten op verschillende momenten en plaatsen, kan de resultaten sterk doen verschillen. 12 Volgens de Cosmin checklist kunnen artikelen die tot stand zijn gekomen uit onderzoeken die zonder een gestandaardiseerd meetprotocol zijn uitgevoerd, beschouwd worden als van  een lage kwaliteit.. 13 ConclusieDe heterogeniteit van de onderzoeken, het ontbreken van een meetprotocol en de lage beoordeling vanuit de Cosmin-checklist, zorgen voor een onbetrouwbare uitspraak over de resultaten. Als deze factoren buiten beschouwing worden gelaten, kan de volgende conclusie worden geformuleerd: er zijn aanwijzingen dat binnen de onderzochte meetinstrumenten van dit onderzoek, de PSI het beste meetinstrument is met een hoge betrouwbaarheid en validiteit. Referenties 1. Bang Pedersen, C., McHorney, C., Seiding Larsen, L., Wendicke Lophaven, K., Holmen Moeller, A., & Reaney, M. (2017). Reliability and validity of the Psoriasis Itch Visual Analog Scale in psoriasis vulgaris. Journal of Dermatological treatment 28(3), 213-220. doi:10.1080/09546634.2016.12154052. Udkoff, J., & Silverberg, J. (2017). Validation of scratching severity as an objective assessment for itch. The Journal of Investigative Dermatology, 1-18. doi:10.1016/j.jid.2017.11.0283. Haest, C., Casaer, M., Daems, A., De Vos, B., Vermeersch, E., Morren, M., Moons, P. (2011). Measurement of itching: Validation of the Leuven Itch Scale. Elsevier, 37, 939-950. doi:10.1016/j.burns.2011.04.0074. Yuguang Huang, C. (2016). Translational Research in Pain and Itch. Advances in Experimental Medicine and Biology, 904. doi:10.1007/978-94-017-7537-35. Reich, A., & Szepietowski, J. (2014). Pruritus intensity assessment: challenge for clinicians. Expert Review of Dermatology, 8(3), 291-299. doi:10.1586/edm.13.256. Ständer, S., Zeidler, C., Riepe, C., Steinke, S., Fritz, F., Bruland, P., Dugas, M. (2016). European EADV network on assessment of severity and burden of Pruritus (PruNet): first meeting on outcome tools. European Academy of Dermatology and Venereology (EADV), 30, 1144-1147. doi:10.1111/jdv.132967. Beurskens, S., van Peppen, R., Stutterheim, E., Swinkels, R., & Wittink, H. (2012). Meten in de praktijk (2e druk) Houten: Bohn Stafleu van Loghum.8. Schoch et al., 20179. Haydek, C., Love, E., Mollanazar, N., Rodriquez, R., Lee, H., Yosipovitch, G., Chen, S. (2017). Validation and Banding of the ItchyQuant: A Self-Report Itch Severity Scale. Journal of investigative Dermatology, 57-61. doi:10.1016/j.jid.2016.06.63310. Bushnell, D., Martin, M., McCarrier, K., Gordon, K., Chiou, C., Huang, X., Kricorian, G. (2012). Validation of the Psoriasis Symptom Inventory (PSI), a patient-reported outcome measure to assess psoriasis symptom severity. Journal of Dermatological Treatment, 1471-1753. doi:10.3109/09546634.2012.74295011. Haest, C., Casaer, M., Daems, A., De Vos, B., Vermeersch, E., Morren, M., Moons, P. (2011). Measurement of itching: Validation of the Leuven Itch Scale. Elsevier, 37, 939-950. doi:10.1016/j.burns.2011.04.00712. Baarda, B., Kalmijn, M., & de Goede, M. (2015). Basisboek Enquêteren; Handleiding voor het maken van een vragenlijst en het voorbereiden en afnemen van enquêtes (4e druk). Groningen/Houten: Noordhoff.13. Mokking, L. (2018). COSMIN Risk of Bias checklist. Geraadpleegd op 1 december  2018: https://www.cosmin.nl/wp-content/uploads/COSMIN-RoB-checklist-V2-0-v17_rev3.pdf Lees meer

Dermatografie en Permanente Make-up (PMU):

Trends, ethiek en vakmanschapdoor: Marie Anne Lassing Volledig artikel, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg, negende jaargang, editie 8, augustus 2019. In de wachtkamer in het ziekenhuis zitten ze naast elkaar, een jonge vrouw van begin twintig en mijn moeder van zesentachtig. De eerste heeft fors uitgevoerde wenkbrauwen die zelfs op deze jonge leeftijd niet helemaal bij haar gezicht passen, maar wel de huidige trend volgen. Niet ingetekend met een oogpotlood, zoals het kleine lijntje van mijn moeder, maar aangezet met permanente make-up (PMU). Hoe permanent is deze make-up, en hoe gaat dat eruitzien als deze jonge dame net zo oud is als de dame naast haar? Cosmetisch en medischWe zien steeds extremere wenkbrauwen voorbijkomen, een opvallende trend bij vooral jonge vrouwen. Het is slechts het topje van de ijsberg van de vele mogelijkheden met PMU en dermatografie. Dermatografie is de medische term voor een behandeling die in de basis hetzelfde is als PMU, maar vooral gebruikt wordt bij behandelingen op medische indicatie. In het geval van dermatografie werkt men doorgaans op een beschadigde basis, wat de behandeling complexer maakt. Irma Hulscher, eigenaar van de Academie voor PMU in  Almere, is deskundige op het gebied van zowel de medische als de cosmetische tatoeage. Ik praat met haar over het vakgebied en de opleiding. OpleidingIs er verschil tussen PMU en dermatografie? Irma: ‘Niet echt. Over het algemeen wordt de term PMU (permanente make-up) gebruikt bij de cosmetische behandelingen. Bij een patiënt met schisis bijvoorbeeld hebben wij het liever over dermatografie. Dat voelt beter. Maar de behandeling in wezen hetzelfde. Dermatografie is wel uitgebreider, hier valt ook bijvoorbeeld de microneedling onder en het pigmenteren van gedepigmenteerde littekens.’De start van de opleiding is in beide gevallen gelijk. Daarin wordt de basis gelegd voor de kleurenleer en de techniek. Na de basisopleiding  kan men zich specialiseren door het volgen van een master  Dermatografie.Irma: ‘Daarin leren de deelnemers bijvoorbeeld 3D areola pigmentatie. Ik leer hen echt te kijken naar de diepte en kleurcontrasten. Ik zeg altijd: we maken kleine Rembrandtjes.’ Andere specialisaties binnen de master zijn onder andere een teen- of vingernagel pigmenteren bij het ontbreken ervan, stugge littekens soepeler maken en wijnvlekken camoufleren. Trends Een uitgebreide intake voorafgaand aan de behandeling is voor meerdere doelen nuttig, legt Irma uit. Zeker als het gaat om een trend die afwijkt van het natuurlijke beeld, zoals we dat nu zien bij zwaar aangezette wenkbrauwen. Irma: ‘Naast het Informed Consent, waarbij we een aantal medische vragen stellen, is het belangrijk om te vragen naar de reden waarom iemand de wenkbrauwen wil laten behandelen. Wat verwacht een cliënt van de behandeling en het eindresultaat?’ Irma legt uit dat de term “permanent” niet helemaal goed is, omdat een wenkbrauw, als die niet te diep is ingezet, in de loop der jaren zal vervagen. Als het de wens van een klant is om de trend te volgen in plaats van een natuurlijk resultaat te krijgen, dan is het niet verstandig om dit met PMU te doen. Irma: De meeste klanten willen een natuurlijk resultaat. Momenteel is de ‘mode’ van de wenkbrauwen een beetje doorgeslagen: te donker, te strak en te breed.’PMU/Dermatografie als oplossing bij medische problemenIrma heeft een zeer gemengde klantenkring, van tieners tot mensen boven de tachtig. Irma: ‘De gemiddelde leeftijd van onze klantenkring ligt tussen de 35 en60 jaar. Heel breed dus. Maar we hebben hele jonge dames – tieners – die door bijvoorbeeld de auto-immuunziekte Alopecia bij ons komen, tot de oudste klant van 86 jaar. En we hebben redelijk wat klanten van boven de 80!’Werken met pigmenten op het lichaam is als schilderen op een levend canvas. Dat gevoel krijg ik als ik Irma hoor praten over het vak dat ze uitoefent en waarin ze ook al jaren lesgeeft. Het komt aan op technisch vakmanschap, maar zeker ook op inzicht in de gelaatsuitdrukking en de verschijning van de mensen die je behandelt en die je een zo natuurlijk mogelijk, bij hen passend resultaat wil geven. Irma: ‘Het verschil tussen medische en cosmetische behandelingen is niet heel groot als het gaat om het pigmenteren van de wenkbrauwen of eyeliners. Het doel en het resultaat is veelal gelijk, weer mooi gevormde, natuurlijke wenkbrauwen of een mooie uitdrukking rond de ogen krijgen. Wel is het zo dat bij Alopecia de eyeliners juist wat rommelig gezet moeten worden. Doordat de haartjes ontbreken, moet je niet een te strakke lijn zetten, dat benadrukt juist het gebrek aan de haartjes.’‘Bij een lipbehandeling ligt het eraan wat de oorzaak is. Bij schisis willen vrouwen meestal gelijk een gehele lipbehandeling, ook vaak natuurlijk qua kleur en intensiteit. Voor mannen is het altijd een deelbehandeling: de cupido moet in het midden gepositioneerd worden. Het litteken boven de lip wordt eventueel behandeld met microneedling.’Ook na het verwijderen van lipkanker of bij brandwonden kan dermatografie worden ingezet en bijdragen aan een meer natuurlijk eindresultaat. Deze mensen zouden wellicht zelf niet aan pigmentatie denken. Goede uitleg over het beoogde effect, namelijk een zo natuurlijk mogelijk beeld, is hierbij heel belangrijk. De oudere huidInmiddels zijn er klanten die Irma al meer dan 20 jaar behandelt. Daarbij ziet ze soms dat de huid steeds moeilijker de pigmentatie opneemt. Irma: ‘ De huid is niet verzadigd, maar er wordt natuurlijk wel steeds wat collageen gevormd. Daardoor kan het zijn dat het niet meer zo goed pakt als vroeger. Maar qua vorm is het echter nooit een probleem. Ik zet altijd de wenkbrauwen op de wenkbrauwspier, waardoor ook bij het verouderen de vorm altijd op de juiste plek blijft. Dat is onze kracht, ook in de opleiding: geen mallen tekenen of met een liniaal uitmeten, maar kijken! Je mimiek hangt er vanaf, dus dat is zeer belangrijk.’ Aanpakken of afblijvenNet als bij zoveel behandelingen die het aanzien kunnen veranderen zijn er ook in de wereld van PMU dingen die niet haalbaar zijn of niet wenselijk. Hoe ga je daarmee om? Irma: ‘Wensen waar wij niet aan kunnen of willen voldoen kunnen te maken hebben met de vorm of een te donkere kleur. Maar eerlijk gezegd, als je uitlegt waarom die vorm of kleur niet geschikt is, begrijpt de klant dat en kiezen ze voor een meer natuurlijke of acceptabelere oplossing. Het is soms bij dermatografie een keuze om iemand niet te behandelen als de vraag niet reëel is. Bijvoorbeeld een klein gedepigmenteerd litteken op de enkel en dat de klant om die reden geen rokjes meer durft te dragen. Met pigmentatie zal dan het probleem niet zijn opgelost.’Terugdenkend aan de jonge vrouw in de wachtkamer hoop ik dat deze haar kamerbrede wenkbrauwen in ieder geval door een kundige professional heeft laten aanbrengen, zodat dit prominente resultaat na verloop van tijd zal vervagen en ze tegen de tijd dat ze de mooie leeftijd van mijn moeder heeft bereikt een uiterlijk heeft dat bij haar past. Lees meer

Voordeelpagina NVH leden

Welkom op onze NVH voordeelpagina. Hier vinden NVH leden aanbiedingen vanuit het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg.Actuele aanbiedingen: NTVH jaarabonnementStandaardprijs € 60,- incl. BTW per jaar voor 11 nummers. (prijs vanaf 1-1-2019)Aanbieding NVH leden: eerste twee nummers gratis, je ontvangt de factuur bij het derde nummer in je abonnementsperiode. Wondcongres 2019Nationaal multidisciplinair congres voor wondprofessionals 2019, 10 oktober 2019, Pathe theater Ede. www.congreswondzorg.nlStandaardprijs € 160,- incl. BTW, vroegboekkorting tot 30 maart € 30,-Aanbieding NVH leden: €40,- vroegboekkorting/in combinatie met abonnement € 45,- vroegboekkorting.Na 30 maart: NVH leden  € 150,-/in combinatie met abonnement € 140,-Aanbiedingen zijn niet geldig in combinatie met andere acties. Bij inschrijving vermelden: NVH lidmaatschapsnummer. Lees meer

NTVH hoofdredacteur, huidtherapeute Ellen Kuijper-Kuip ontvangt de eerste Timmy Marcus Award

Op zaterdag 3 november vierde de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten haar 40e verjaardag. Wat een mooi moment om op deze dag de eerste Timmy Marcus Award uit te reiken aan een huidtherapeut die zich op een bijzondere manier voor het beroep heeft ingezet. De prijs is vernoemd naar mevrouw Timmy Marcus, binnen de huidtherapie geen onbekende. Mevrouw Marcus was als echtgenote van een Zwolse huisarts ruim 40 jaar geleden van mening dat er behoefte was aan een professional die zich tussen de schoonheidsspecialiste en de huisarts zou begeven om extra medische zorg aan patiënten met een huidprobleem te kunnen geven. Ze zetten zich hier enorm voor in en maakte het mogelijk dat er een opleiding kwam en dat 40 jaar geleden deze gespecialiseerde huidprofessionals zich officieel huidtherapeut mochten noemen. In 40 jaar is er veel gebeurt, niet in de laatste plaats door de inzet van de vele gemotiveerde en gedreven huidtherapeuten die het beroep steeds verder vorm hebben gegeven en nog steeds geven. Om deze collega’s te eren riep de beroepsorganisatie de Timmy Marcus Award in het leven en konden huidtherapeuten binnen de NVH dit jaar voor het eerst collega’s nomineren voor deze mooie erkenning. Uit een groot aantal inzendingen bleven uiteindelijk drie genomineerden over, waar op de dag van het jubileum congres in Barneveld live op kon worden gestemd. Veel van de genomineerden hebben al eens in ons vakblad gestaan en veel van hen zullen dat ongetwijfeld ook in de toekomst nog doen. Wij feliciteren langs deze weg alle genomineerden die door collega’s zijn voorgedragen. Aan het einde van de dag werd de winnaar tijdens een feestelijk slotevenement bekend gemaakt en ontving onze NTVH hoofdredacteur Ellen Kuiper-Kuip de eerste Timmy Marcus Award uit handen van mevrouw Marcus zelf, die voor de gelegenheid was afgereisd en zichtbaar genoot van de overvolle zaal enthousiaste huidtherapeuten. Dit had ze 40 jaar geleden toch niet kunnen denken. Ellen is door haar collega huidtherapeuten gekozen, wat de prijs voor haar heel waardevol maakt. Haar inspanningen om het destijds jonge beroep van huidtherapeut onder artikel 34 in het BIG register te krijgen, voor haar en het toenmalige bestuur een belangrijke mijlpaal, en haar aanhoudende inspanning tijdens nationale en internationale congressen en symposia om de huidtherapie zichtbaar te maken, zijn niet onopgemerkt gebleven. In 2011 richtte ze samen met uitgever Marie Anne Lassing het vakblad voor de huidzorg NTVH op, waarvan ze nog steeds de hoofdredacteur is. Daarnaast is ze momenteel actief als docent en coach in de huidzorg en geeft ze nog regelmatig lezingen in binnen en buitenland over wond- en huidzorg.In de decembereditie van het NTVH lees je een uitvoerig verslag van het NVH jubileumcongres, dat tevens een afscheid was voor NVH voorzitter Sabina Uitslag. Na een periode van ruim 5 jaar geeft ze het stokje, of beter de voorzittershamer, over aan Patrick Groenewegen. Ook over de nieuwe voorzitter binnenkort meer in het NTVH. Lees meer

Drie Richtlijnen lipoedeem: een vergelijking

Door: Ellen Kuijper-Kuip, Ellen van Helden, Clara Feenstra, huidtherapeuten. Zet een paar oude rotten in het huidtherapie vak bij elkaar en het gesprek gaat al snel over het werk van huid- en oedeemtherapeuten en dingen die ons bezighouden. In dit geval ging het over zaken waar we met aanvragen van machtigingen tegen aanlopen en specifiek over de consequenties van bepaalde richtlijnen daarbij. Omdat de nieuwste richtlijn van het VK: Best Practice Guidelines - The management of lipoedema, geroemd wordt om zijn nieuwste inzichten en praktische toepasbaarheid, leek het ons nuttig om de laatste richtlijnen op dit gebied uit Duitsland, Groot Brittannië en Nederland eens naast elkaar te leggen. We inventariseren hieronder eerst de grondslag van de drie documenten. Duitsland De Duitse richtlijn is de oudste, opgesteld onder auspiciën van het Deutsche Gesellschaft für Phlebologie en uitgegeven door het AWMF. Deze richtlijn, uit oktober 2015, is een herziene versie van de eerste richtlijn uit 1998. Aangepast op basis van de op dat moment aanwezige nieuwste onderzoeken en publicaties. Het is een richtlijn van de wetenschappelijke beroepsorganisaties en het is een systematisch ontwikkelde hulp voor artsen om onderscheid te kunnen maken in specifieke situaties. Deze richtlijn beroept zich op de actuele wetenschap én op de klinische ervaring. Achter in de richtlijn bevindt zich een lijst, waarop vermeld wordt wie er aan de richtlijn heeft meegewerkt. Achter iedere naam staat tevens de beroepservaring van de betreffende persoon, van welke vakorganisaties men lid is en of men commerciële belangen heeft en meer. Achterin is ook een lijst van 91 referenties te vinden. Negen daarvan dateren uit 2014, twee uit 2013 en de rest is ouder. Nederland De Nederlandse richtlijn dateert uit 2013, het door ons gebruikte exemplaar is uitgegeven op 1 mei 2014. De richtlijn is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie, met ondersteuning van het bureau NVDV en medegefinancierd door het SKMS-programma (stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten) en Stichting Nationaal Huidfonds. Op pagina 3 wordt aangegeven wie er in de richtlijnwerkgroep hebben deelgenomen en vanuit welke vereniging. Hoewel niet vermeld in de richtlijn, blijkt bij navraag bij de NVDV, dat deze richtlijn is ontwikkeld volgens de EBRO-methode, de Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling. Het is daarmee een multidisciplinaire evidence-based richtlijn geworden. (zie voor een toelichting op deze methode https://www.ntvg.nl/artikelen/ebro- richtlijnen/). In  totaal zijn er 35 referenties aangegeven waarvan er vier uit 2013 en één uit 2014. Bij drie referenties ontbreekt de datum. De werkgroep spreekt de hoop uit, dat op basis van deze richtlijn alle zorgaanbieders hun eigen protocol en voorlichtingsmateriaal zullen maken. Ook wordt de juridische betekenis van de richtlijn aangegeven: richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar gaan uit van gemiddelde patiënten en geven zorgverleners de mogelijkheid om, indien noodzakelijk, beargumenteerd en gedocumenteerd af te wijken van de richtlijn. Verenigd Koninkrijk De VK richtlijn is de laatst ontwikkelde richtlijn. Een initiatief van Dr. Anne Williams, Lecturer in Nursing, Queen Mary University, Edinburgh, en Denise Hardy, Clinical Nurse Specialist, Kendal Lymphology Centre, Cumbria & Nurse Consultant, Lipoedema UK. Zijliepen aan tegen het feit dat er in het VK geen goede richtlijn was voor lipoedeem.. Het document stamt uit 2017 en is uitgegeven door Wounds UK. Het betreft een best-practice richtlijn. Voorin worden de leden van de werkgroep en de leden van de reviewgroep voorgesteld alsmede de plaats en het veld waarin zij werkzaam zijn. Ook deze richtlijn wordt financieel ondersteund en wel door een aantal bekende medische bedrijven. Voor deze richtlijn zijn maar liefst 111 referenties gebruikt. Veertig hiervan zijn van ná 2014 en twaalf dateren uit 2013. Het is ook meteen het meest lijvige document: in 34 pagina’s wordt de richtlijn in een klein lettertype uiteengezet. De richtlijnen Alle drie de richtlijnen geven uiteraard een beeld van de epidemiologie, pathologie, diagnostiek en differentiaal diagnose, maar de omvang ervan is zeer verschillend. De Britse richtlijn valt hierbij op, omdat ze een hele duidelijke indeling geeft in hoofdstukken, met steeds aan het einde in een kader de keypoints van het betreffende hoofdstuk. . De Nederlandse richtlijn geeft veel ruimte aan de verantwoording en begint met een samenvatting en aanbevelingen, waarbij de conclusies van de werkgroep eigenlijk al worden aangegeven. Ook de rol van de overheid wordt hierbij genoemd: deze streeft ernaar om mensen langer gezond te laten leven en zo lang mogelijk in de maatschappij te laten participeren. Het ministerie van gezondheid heeft hiervoor vier speerpunten ontwikkeld. De Duitse richtlijn begint, na een hele korte inleiding van zeven regels,  met de definitie van lipoedeem en stelt aan het einde direct de datum voor de herziening van deze richtlijn vast (2020). Overeenkomsten en verschillen Opmerkelijk is dat in een aantal gevallen dezelfde literatuur wordt aangehaald, maar dat de conclusies vervolgens verschillend zijn. Maar dat ook soms gelijkwaardige bevindingen gestaafd worden met verschillende studies. Dit zien we bijvoorbeeld bij de pathofysiologie.  De Nederlandse richtlijn verwijst bij de bespreking van microangiopathie, capillaire fragiliteit en permeabiliteitsstoornissen  naar Földi, 2005. Ook in de VK richtlijn wordt hierover gesproken, maar dan met verwijzing naar Harwood et al, 1996; Cornely 2006 en Langendoen et al, 2006. In de Duitse richtlijn wordt verwezen naar Weissleder 1997. In alle drie de richtlijnen wordt gesproken over het aantal vrouwen dat door lipoedeem wordt getroffen. Alle richtlijnen melden een gebrek aan goede data. De Nederlandse richtlijn noemt daarbij geen cijfers hiervan, in de Duitse richtlijn worden aantallen genoemd van 7-9,7%, maar ook van 0,1% en zelfs 8-18%! En in de VK richtlijn wordt een prevalentie in het VK van 1 op de 72000 genoemd. Ook met de vraag of er wel of geen genetische factoren zijn, wordt in alle drie de richtlijnen anders omgegaan. De VK richtlijn spreekt van een bewijs van genetische predispositie (15-64% van de gevallen), in de Duitse richtlijn wordt dat ook aangegeven, maar er worden geen percentages gegeven. In de Nederlandse richtlijn wordt dit aspect helemaal niet genoemd. Over de differentiaal diagnoses verschillen de richtlijnen ook; in de Nederlandse richtlijn noemt men 4 differentiaal diagnoses, in de Duitse richtlijn 10 en in de UK richtlijn 7. Of er wel of geen sprake is van oedeem dan wel van lymfoedeem bij lipoedeempatiënten; daarover geven  alle drie de richtlijnen een andere uitleg. De Duitse richtlijn geeft een door de capillaire permeabiliteitsstoornissen vermeerderd vochtaanbod aan, waardoor het lymfvatsysteem te maken heeft met een gestegen lymftransport (Brauer 2005) . Hierdoor ontstaan er degeneratieve veranderingen van de lymfvatwanden, met als gevolg reductie van de transportcapaciteit. Daarnaast wordt er een verminderde veno-arteriële reflex gevonden (Strößenreuther 2001). De VK richtlijn geeft aan dat bij veel patiënten lipoedeem vergezeld gaat met  de formatie van oedeem en een overload van het in principe normale lymfvatsysteem. Dat er bij sommige patiënten veranderingen zijn gezien in de structuur en functie van het lymfvatsysteem, maakt  onderzoek nodig naar het ontstaan van deze veranderingen (Amann-Vesti et al, 2001; Bilancini et al, 1995). De Nederlandse richtlijn zegt letterlijk: “Een andere component van lipoedeem is het ontstaan van oedeem. Hierbij is geen sprake van klassiek lymfoedeem met toegenomen interstitiële eiwitvorming of klassieke fibrose. Wel treden er in langdurig bestaande gevallen oedemen op vergelijkbaar met andere vormen van een zogenaamde dynamische lymfinsufficiëntie, een overbelastingsbeeld.” (geen literatuur verwijzing). Het is dan ook geen wonder dat, met zulke verschillen in de richtlijnen, de aanbevelingen voor behandeling van land tot land ook verschillen. Maar ook verschillen in cultuur en vergoedingen van behandelingen en compressiemateriaal lijken hierbij een rol te spelen. In onderstaande tabel is dit goed te zien:   Nederland Duitsland UK Symptoom management X Ja Ja Optimaliseren en preventie Ja Ja als 2 e genoemd Ja Psychologische hulp Ja Ja ja Gezond eten en dieet Ja, als er sprake is van obesitas, niet gespecificeerd Ja, laag glycemisch Ja, is belangrijk, individueel aangepast dieet Activiteit en mobiliteit Ja, speelt een grote rol Ja, in warm water Ja, is heel belangrijk Powertraining Ja Niet benoemd Nee pijnmanagement Niet benoemd Ja, door MLD Ja, niet nader gespecificeerd. Sommige mensen hebben baat bij MLD Skincare Bij frictie van de knieën Genoemd niet gespecificeerd Ja, bij huidplooien, frictie om ontstekingen te voorkomen MLD Nee Altijd, ook zonder oedeem Ja, als compressie onvoldoende werkt, ook als pijnbestrijding Compressie Ja Ja Ja, met veel uitleg over vormen van compressie Chirurgische behandeling Ja heel belangrijk Ja, alleen als niet-chirurgische behandeling geen succes heeft Ja, na 6-12 maanden niet-chirurgische behandeling In de VK richtlijn worden daarnaast nog andere therapieën besproken, zoals deep oscillation, kinesiotaping en zelfdrainage door manuele lymfdrainage grepen of dry brushing. Conclusie Als we kijken naar deze vergelijking, is het duidelijk dat  er meer eenduidigheid moet komen: in de wijze waarop we naar lipoedeem kijken,  hoe we omgaan met de patiënt en welke behandeling. we toepassen. In het verleden zijn patiënten maar weinig gehoord en dat zou in onze visie veel beter kunnen. Om de patiënten een stem te geven werd door ons een online enquête uitgevoerd. Deze enquête heeft 6 weken online gestaan en is 594 maal ingevuld. Een deel van de uitkomsten is onlangs gepresenteerd tijdens het 8e ILF congres in Rotterdam. In een volgend artikel in het NTVH gaan we hier uitvoerig op in. Intussen gaan de ontwikkelingen door. Tijdens ditzelfde ILF congres spraken  professionals vanuit verschillende inzichten over lymf- en lipoedeem, zoals ook in het artikel verderop in deze editie is te lezen. Dr. Tobias Bertsch van de Duitse Földiklinik liet ons in de wandelgangen weten, dat er binnenkort serieuze stappen worden gezet op weg naar Europese samenwerking bij het opstellen van richtlijnen voor lipoedeem. Opmerkelijk is  dat lipoedeem feitelijk nog geen door de WHO (de World Health Organisation) erkende ziekte is. Sommige landen hebben lipoedeem wel in hiun eigen classificatie systeem opgenomen onder een andere noemer, wat tot verwarring leidt. Naar verluidt gaat die erkenning er in de volgende versie van het ICD (International Classification of Diseases), de ICD 11, die in 2019 uitkomt, komen. Hopelijk opent dat de weg naar nog meer onderzoek naar deze aandoening én naar betere en meer gelijkluidende behandelmogelijkheden. Lees meer

Werk hard, werk vanuit je hart

de cliënt als spiegel van je eigen leerpunten door: Britt van Mensvoort De zomer loopt op zijn einde en het is weer tijd om met hernieuwde energie aan de slag te gaan. Huidzorg is een prachtig vak, dat tegelijkertijd ook best wat van jou als persoon vraagt. Misschien de laatste jaren wel meer dan voorheen. De zorg is aan het veranderen, dat merken we allemaal. Er is steeds minder behandeltijd en er moet aardig wat geadministreerd worden. Hoe zorg je dat je die frisse opgeladen energie vasthoudt? Hoe blijf je plezier houden in je werk? Oftewel: hoe ben en blijf je een bevlogen huidprofessional? Een vak met hoofd, hart en handen Huidzorg is een vak met hoofd, hart en handen. Wat betekent dat eigenlijk? Tijdens je studie en loopbaan heb je een enorme hoeveelheid kennis opgedaan (hoofd). Dit gaat van achtergrondkennis over het menselijk lichaam en de huid tot kennis van methodieken en protocollen. Deze kennis is niets zonder je handelen (hand zit al in het woord: ‘hand-elen’). Je past je kennis toe in jouw handelen en hebt jezelf een heel aantal vaardigheden eigen gemaakt. Zowel technisch als communicatief. Je hoofd en je handen zijn als huidprofessional echter niets zonder je hart. Dat wisten de oude Grieken al. Het woord ‘therapie’ komt van het oud-Griekse woord ‘Therapeia’. Dit betekent: ‘Het geven van zorg en aandacht aan een ander door te pogen naast of met die ander te staan. (1)’ Daar zitten wat interessante gegevens in. Laten we dat eens onder de loep nemen. ‘Het geven van zorg en aandacht’, iemand echt zien en horen: dat doe je vanuit je hart. Je hebt waarschijnlijk voor een zorgberoep gekozen, omdat je passie hebt voor het zorgen voor anderen. Dan het volgende: ‘Je poogt naast of met die ander te staan’. Daar komen begrippen als ‘compassie’ en ‘empathie’ om de hoek kijken. Zonder compassie en empathie is er geen relatie. Dit zijn zaken die je niet leert op school, maar die van nature in een bepaalde mate bij je zijn ontwikkeld. Het ‘pogen’ in de oud-Griekse definitie is eveneens veelzeggend. Je doet als zorgverlener je uiterste best om met of naast de cliënt te gaan staan, maar het helemaal begrijpen zul je niet doen. Dit komt doordat je door jouw bril naar de situatie kijkt en niet door die van de cliënt. De cliënt komt met een bagage van jarenlange ervaringen bij je, waar je een glimp van mee krijgt. Het is goed om je hier bewust van te zijn. Blijf vragen stellen en blijf luisteren zodat je ‘zo dicht mogelijk langs elkaar heen praat’. Luister om te begrijpen, niet om te reageren. Het valt op dat er in deze definitie van therapie niets te vinden is over ‘het genezen van een zieke’, wat later leidend is geworden in de zorg. Lees het hele artikel in NTVH editie 9, september 2018 Lees meer

Ken je kwaliteiten én die van andere huidprofessionals

door: Mariska van Dinteren, huidtherapeut ‘’Net als mijn behandeling afgelopen is, vraagt de cosmetisch arts of ik even met haar wil meekijken. Een cliënte wil graag de kwaliteit van haar huid verbeteren na een zware periode en dacht zelf aan injectables om de huid te verfraaien en de lijntjes rond haar ogen te verminderen. Als ik haar huid inspecteer, constateer ik rond haar ogen ook enkele donker gekleurde lentigines en tekenen van zonschade verspreid over het gelaat. Samen met de cosmetisch arts leg ik aan mevrouw de verschillende mogelijkheden uit om haar huid op te frissen.’’ Al eerder, in 2016 had ik de eer om over mijn ervaringen als huidtherapeut te schrijven in het NTVH. Toen ging de publicatie over mijn afstudeerstage in Suriname, waar ik met veel plezier op terugkijk. In de zomer van 2017 ben ik afgestudeerd en nu bijna een jaar werkzaam als huidtherapeut bij Bey by Bergman Clinics in Amsterdam en Zwolle. Tijdens mijn opleiding heb ik stage gelopen in Oeganda en Suriname, waarbij mijn werkzaamheden voornamelijk bestonden uit wondverzorging en oedeem- en littekentherapie. Waar ik in het buitenland op zijn simpelst gezegd enkel de zieke huid aan het beter maken was, ben ik nu elke dag bezig om de mooiste huid die iemand in zich heeft naar boven te laten komen. Waar ik mij voorheen bezighield met het medische aspect, richt ik mij nu voornamelijk op het cosmetisch aspect van het beroep huidtherapie. Momenteel ben ik werkzaam in het hogere segment in een cosmetische kliniek. Dit lijkt, gezien mijn eerdere werkervaring, een opmerkelijk groot verschil. Maar de uitersten in dit vak hebben mij altijd al aangesproken. De cliëntengroep die ik nu behandel is zeer esthetisch ingesteld en kijkt met een kritisch oog naar de huid. Er komen veel gecompliceerde huidaandoeningen voorbij tijdens het spreekuur, waarbij cliënten vaak al naar verschillende klinieken of ziekenhuizen zijn geweest. In onze kliniek maken wij met behulp van een huidanalyse apparaat nauwkeurige foto’s van het gelaat. Aan de hand van deze beelden stellen we een effectief behandelplan samen. Hoe graag ik ook alles zou willen behandelen, voor bepaalde hulpvragen kan de cliënt beter af zijn bij een andere discipline. Als je verder kijkt dan enkel je eigen discipline, zie je dat  de cliënt soms een deur verder  pas op het juiste adres is. Lees het hele artikel in NTVH editie 9, september 2018     Lees meer

Evidence Based Practice en huidtherapie

Door: Jitske Hoefnagels, Student huidtherapie aan de Haagse Hogeschool Stel je eens voor dat een collega huidtherapeut een bepaalde huidaandoening op een andere wijze behandelt dan jij. Zou die beter zijn? Of een patiënt vraagt zich af of een nieuwe behandeltechniek iets voor hem of haar zou kunnen betekenen. Het zou kunnen  dat je daar vanuit je expertise en ervaring geen antwoord op hebt. Maar dat je daarvoor  meer informatie nodig hebt vanuit wetenschappelijk onderzoek. Gedurende de opleiding Huidtherapie aan de Haagse Hogeschool kreeg ik al vanaf de eerste dag lessen in onderzoeksmethoden. Dat varieerde van het ontwikkelen van een onderzoeksplan tot het opstellen van enquêtes en het presenteren van de onderzoeksresultaten. Door hier zo actief mee bezig te zijn, werd het belang van onderzoek voor het vak huidtherapie steeds duidelijker voor me.In mijn artikel in het Nederlands Tijdschrift Voor huidzorg van juni 2018 beschrijf ik het belang en het proces van Evidence Based Practice binnen huidtherapie. Lees meer

Huidreiniging deel 1: het Grote Schoonmaak overzicht voor het gezicht!

Door: Ellen Kuijper-Kuip In een biologieboek van mijn eerste klas middelbare school stonden allerlei gezondheidstips. Een paar daarvan kan ik me nog letterlijk voor de geest halen: begin de dag met diepe ademhalingsoefeningen, voor het open raam, zodat je longen goed ververst worden met schone frisse lucht. Én spaar regenwater op, want daar kun je je huid en haren mee spoelen en die worden daar zo heerlijk zacht van. Ik heb dat zelfs nog een tijdje gedaan en plaatste als het regende een teiltje in de tuin, om daarmee het begeerde schone regenwater te verkrijgen. Vandaag de dag zal geen mens het meer in zijn hoofd halen om regenwater op te sparen en op de meeste plaatsen in Nederland zijn ademhalingsoefeningen voor het open raam ook niet meer een heel goed idee. Sterker nog: als je een tijdje buiten hebt vertoefd, is dat een goede reden om je huid goed schoon te maken voor je naar bed gaat. Roet en vuildeeltjes zijn duidelijk zichtbaar als je een watje met lotion over je gezicht haalt. Dat bracht mij op de volgende vraag: Hoe maak je je huid goed schoon? In het Juni nummer van het Nederlands Tijdschrift Voor Huidzorg lees je het eerste deel van mijn inventarisatie over huidreiniging. Lees meer

Complicaties bij permanente make-up (PMU)

door: S. Huisman, MSc, S. van der Bent, dermatoloog i.o. , A. Wolkerstorfer, dermatoloogT. Rustemeyer, dermatoloog, Tattoo poli, afdeling dermatologie VU medisch centrum (VUmc), Amsterdam De populariteit van permanente make-up (PMU), in de wetenschappelijke literatuur ook wel cosmetische tatoeages genoemd, is in de laatste decennia flink gestegen. PMU zijn voornamelijk tatoeages van de lippen, lipcontouren, eyeliner of wenkbrauwen en kunnen veelal een fraai cosmetisch resultaat geven. Andere veelgenoemde voordelen zijn tijdsbesparing en het feit dat PMU waterproof is. Het wordt tevens gebruikt om huidziekten, zoals alopecia en vitiligo, te camoufleren. Daarnaast biedt het een oplossing voor personen met allergieën voor conventionele cosmetische producten of met fysieke belemmeringen zoals artrose, Parkinson en visusstoornissen. De indicaties zijn uiteraard eindeloos. Ondanks dat het zetten van PMU een veelvoorkomende ingreep is, kunnen diverse klachten zich voordoen.1 Op de ‘Tattoo poli’ van het VUmc zien wij alle huidafwijkingen en –klachten bij tatoeages, waaronder PMU. In een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Huidzorg van juni 2018 geven wij een beknopt praktisch overzicht van mogelijke complicaties en geven we voorbeelden uit de praktijk van ons spreekuur. Lees meer

UV straling: hoe werkt het en hoe gaan we er verstandig mee om

Door: Annemie Galimont, dermatoloog De lente staat voor de deur. Met de eerste lentedagen komen ook de eerste zonnestralen.De zon voelt heerlijk aan, hij geeft de mensen een prettig gevoel. Kleine hoeveelheden UV-stralen zijn nodig voor de aanmaak van vitamine D in onze huid.Maar de heerlijke straling van de zon is verraderlijk. Het UV licht in de zon is schadelijk voor ons. We kunnen niet onbeperkt onbeschermd in de zon verblijven.Op korte termijn leidt te veel blootstelling aan het zonlicht tot zonverbranding van de huid. Op langere termijn leidt overmatige blootstelling aan de zon tot huidveroudering en soms tot huidkanker. Blootstelling aan de zon is een cumulatief risico. Mensen die veelvuldig in direct zonlicht verblijven zullen na verloop van tijd zonneschade hebben opgelopen.Huidkanker komt voor bij mensen die voor hun werk veel en langdurig in de zon komen. Maar ook de gemiddelde Nederlander krijgt steeds vaker huidkanker. De laatste 10 jaar is er een explosieve toename van het aantal huidkankers. In de meeste gevallen is huidkanker prima te behandelen, in sommige gevallen niet. Jaarlijks overlijden in Nederland 900 mensen aan de gevolgen van een melanoom, de meest kwaadaardige vorm van huidkanker. De toename is te verklaren door  een toename aan zonexpositie tijdens winter- en zonvakanties en door het gebruik van zonneapparatuur. Ook kinderen komen vaker en bloter in de zon. Bescherming tegen overmatige blootstelling aan de zon is van groot belang. De huid heeft van zichzelf een natuurlijke bescherming tegen de zon. Om deze bescherming te ondersteunen is het sterk aan te raden om verstandig met de zon om te gaan. Zo is het raadzaam om zonproducten te gebruiken bij blootstelling aan de zon. Helaas zien we in de praktijk vaak dat veel mensen slecht smeren. Door onvoldoende hoeveelheden en door niet vaak genoeg te smeren komt men niet aan de gewenste bescherming tegen de UV-schade. Om te begrijpen hoe anti-zonnebrandmiddelen werken en hoe je jezelf het beste beschermt tegen overmatige zonexpositie moeten we ons eerst verdiepen in zonlicht, huidtype en UV-index. Lees het volledige artikel in NTVH 5-2018, met een toelichting op UV straling A,B en C, huidtypen en de UV index, de rol van de hoogte van de zon, bewolking en weerkaatsing, de ozon laag en veel tips voor verstandig omgaan met de zon. Lees meer
Resultaten 1 - 20 van 59